Het verdriet van België

Hugo Claus

Biografie

“Een heer als ik heeft meerdere versies in zijn mars. Dat ben ik aan mijn stand verplicht. Bovendien: antwoorden worden niet alleen bepaald door de vragen, maar ook door de vrager.” (Claus, 1988)

Hugo Maurice Julien Claus (Brugge 1929 – Antwerpen 2008) was een kunstenaar in de breedste zin van het woord en was tijdens zijn ruim vijftig jaar durende carrière onder andere actief als schrijver, dichter, vertaler, (theater)regisseur en schilder. In zijn rol van schrijver publiceerde Claus meer dan 150 werken. Enkele bekende titels zijn De Metsiers (1950), gedichtenbundel De Oostakkerse gedichten (1955) en theaterstuk Suiker (1958). In 1983 publiceerde Claus Het verdriet van België dat door critici wordt beschouwd als zijn magnum opus. Deze semi-autobiografische bildungsroman bestaat uit twee delen, telt bijna achthonderd pagina’s en is voortgekomen uit Claus’ wens om zijn zoons een beeld te geven van hun vaders jeugd ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.

 

Jonge jaren

“De ervaringswereld van een schrijver is rond op zijn twaalfde of dertiende – dan heeft hij het wel zo’n beetje gezien.” (Claus, 1988)

Wie geïnteresseerd is in de biografie van Claus kan dus beginnen met het lezen van Het verdriet van België. Hoewel het boek absoluut geen rechtlijnige autobiografie pretendeert te zijn, vormden Claus’ jeugd en familie wel de inspiratie voor de roman. Claus werd geboren op 5 april als oudste zoon van Jozef Claus en Germaine Vanderlinden. Deze geboortedag is gelijk de eerste overeenkomst tussen Claus en zijn hoofdpersoon Louis Seynaeve. Net als Louis verbleef ook Claus tot zijn elfde jaar grotendeels in een katholiek internaat. Rond het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam hij weer bij zijn ouders te wonen aan de Oudenaardse Steenweg, een adres dat hij met Louis deelt. Ook de thuissituatie van Louis toont onmiskenbaar gelijkenissen met die van Claus. Beide jongens kwamen uit een flamingantisch gezin, hadden een vader die drukker was, een moeder die tijdens de oorlog voor het Duitse bedrijf Erla werkte en werden tijdens hun tienerjaren onderwezen in een katholiek college. Net als veel Vlaamsgezinde families had het gezin Claus-Vanderlinden nazisympathieën. De jonge Claus was zelf ook bijzonder geïnteresseerd in het nazisme en werd, net als Louis, lid van de Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen. Claus zelf beweerde dat zijn eerste kennismaking met modernistische kunst al tijdens de oorlog leidde tot een breuk met het nationaalsocialisme. Dit is ook het beeld dat hij schetst van de ontwikkeling van Louis Seynaeve. Biografen hebben echter laten zien dat deze ontwikkeling zich waarschijnlijk niet zo rechtlijnig voltrok als Claus beweerde. Dit is niet verwonderlijk, gezien de omgeving waarin Claus verkeerde. Vader Jozef werd na de oorlog bestraft wegens zijn lidmaatschap van collaboratiepartij VNV en moeder Germaine vanwege haar werkzaamheden bij Erla en lidmaatschap van de culturele vereniging DeVlag. Het gezin bleef na de oorlog deel uitmaken van het milieu van ex-collaborateurs waarin de Vlaamsgezinde ideeën en het wantrouwen jegens de Belgische staat nog altijd voortleefden.

 

Hoogtijdagen

“Wat dat is [waar mijn wereld over gaat], ben ik nog altijd aan het uitproberen, op mijn zelfgenoegzame leeftijd. Als ik het wist zou ik nu lekker achterover zappen. Waarom zou ik dan nog schrijven?” (Claus, 1994)

Net als bij Louis werd het schrijftalent van Claus al tijdens de oorlog opgemerkt door docenten (die hem vanwege zijn uitzonderlijke kunnen betichten van plagiaat). In de jaren na de oorlog raakte Claus in toenemende mate geïnspireerd door modernistische en surrealistische kunst. In 1950 werd zijn debuutroman De Metsiers goed ontvangen en verhuisde hij naar Parijs, waar hij korte tijd deel uitmaakte van de Europese avant-gardistische Cobra-beweging. Deze beweging was georiënteerd op het experiment, het spontane proces van creatie en de uiting van primitieve, onderbewuste impulsen. In 1955 werd Claus’ toneelstuk Een bruid in de morgen voor het eerst opgevoerd. In dit jaar trouwde hij ook met Elly Overzier en keerde hij (inmiddels vanuit Rome) terug naar België. In ditzelfde jaar verscheen tevens zijn dichtbundel De Oostakkerse gedichten, een bundel die door zijn biograaf Georges Wildemeersch gezien wordt als toonaangevend voor Claus’ gehele oeuvre vanwege de thematisering van tegenstellingen tussen “natuur en cultuur, vitalisme en eruditie, betekenis en verhulling, traditiebewustzijn en onafhankelijkheid” (48-9). In deze bundel distantieerde Claus zich tevens van de Cobra-kunstenaars, wiens visie op kunst hij inmiddels was gaan beschouwen als even bekrompen als de kunst waartegen zij zich hadden afgezet. Claus is nooit volledig opgegaan in de kunststromingen waarmee hij in aanraking kwam, hoewel het surrealisme regelmatig genoemd wordt als een belangrijke invloed op zijn kunstenaarschap. Zowel qua vorm als qua inhoud bleef Claus zijn leven lang experimenteren. Zo wisselde hij bijvoorbeeld hoge, klassieke literatuur af met banalere teksten. Ondanks deze veelzijdigheid ontdekten oplettende critici een aantal terugkerende thema’s in zijn werken. Zo worden oorlog en collaboratie, incestueuze familierelaties en rebellie tegen autoriteitsfiguren vaak genoemd als terugkerende thema’s in de werken van Claus.

 

Het verdriet

“Ik had twee zonen die ik later zou moeten vertellen hoe het in mijn jeugd was […]. Ik wilde een boek maken dat hun de zonderlinge gekte van hun vader zou kunnen verklaren.” (Claus, 1994)

In de navolgende jaren schreef Claus talloze gedichten, theaterstukken en romans. In zijn roman De verwondering (1962) kaartte hij ook al de gevolgen van de Vlaamse collaboratie aan. In 1963 kreeg Claus een zoon met Overzier. In 1975 kreeg hij met actrice Sylvia Kristel een tweede zoon. Begin jaren 70 begon Claus al aan zijn meesterwerk Het verdriet van België. Voorafgaand aan de publicatie in 1983 ontstond er een ware hype rondom het boek, mede door een voorpublicatie in de Playboy. Tijdens het schrijven van de roman putte Claus niet alleen uit zijn eigen familiegeschiedenis, maar ook uit verschillende gevestigde literaire genres, om ze vervolgens op geheel eigen wijze te vermengen. Het boek bouwt voort op genres zoals de bildungsroman, familieroman, autobiografie en psychologische roman, maar kan geenszins beschouwd worden als een klassiek voorbeeld van één van deze genres. Het boek werd gelijk een bestseller en werd elf jaar later verfilmd tot een televisieserie. Nadien bleef Claus actief als toneelschrijver en vertaler en publiceerde hij onder andere nog het Boekenweekgeschenk De zwaardvis (1989) en de romans Belladonna (1994) en De geruchten (1996). In 1998 publiceerde hij zijn laatste roman, Onvoltooid verleden. Na zijn officiële scheiding van Overzier in 1987 trouwde Claus in 1993 met Veerle de Wit met wie hij samenbleef tot zijn dood. Claus koos in 2008 voor euthanasie, nadat hij twee jaar eerder gediagnosticeerd was met de ziekte van Alzheimer. Hij werd 79 jaar. Claus won meer dan vijftig prijzen, waaronder in 1986 de prestigieuze Prijs der Nederlandse Letteren.

 


Bronnen

  • Claus, Hugo. “Interview met Hugo Claus” in: Er is nog zoveel ongezegd: Vraaggesprekken met schrijvers. Ed. Piet Piryns, Uitgeverij Linkeroever, 1983. 29-38. DBNL. Web.
  • Claus, Hugo. “Interview met Hugo Claus: ‘Ik schreef Het verdriet van België om mijn twee zoons mijn jeugd te laten zien.’” Interview door Reinjan Mulder. Das Zahngold. 25 maart 1994. Web.
  • Wildemeersch, Georges. “Hugo Claus (1929). Europees kunstenaar.” Vlaanderen 51 (2002): 48-50. DBNL. Web.
  • Wildemeersch, Georges. Hugo Claus. De jonge jaren. Antwerpen: Polis, 2015.
  • Wildemeersch, Georges. “Hugo Claus en het surrealisme.” Revolver. Web.